HERMAN COENEN


SPOREN VAN STILTE

Innerlijkheid en meditatie

Schrijven is inhouden, vertragen. Het is reflecteren, je over je onmiddellijke ervaringen heen buigen en er beter naar kijken. Je wordt je bewust dat er niet slechts een buitenwereld is waarvan jij een onderdeel bent, maar dat de wereld zoals je haar ervaart, voortkomt uit jouw innerlijk. Schrijven is een speurtocht in dit innerlijk, het maakt je bewust hoe rijk het is en hoe het doorwerkt in alles wat je ziet, hoort, beleeft.

De stap van schrijven naar meditatie is niet groot. De twee zijn verwant aan elkaar, liggen in elkaars verlengde. In het mediteren kom je in diepere lagen terecht, je komt dichter bij de grond van het innerlijk.

Telkens wanneer de greep van de wereld op mijn stemming te groot wordt, ik er zo door overweldigd ben dat ik moedeloos raak, weet ik dat het tijd is om te gaan mediteren.

Mediteren kan op vele wijzen. Er zijn vele scholen en meesters, je kunt er allerlei trainingen in volgen en boeken over lezen. Maar uiteindelijk gaat het erom dat je een vorm kiest en dat je het doet.

Mijn manier is gaan zitten op mijn meditatiebankje, de romp rechtop, onderbenen gevouwen onder mij, mijn handen rustend op mijn bovenbenen. En dan ademen, heel bewust inademen naar de onderbuik toe, vier tellen lang, de adem vier tellen vasthouden, en daarna langzaam tussen mijn geopende lippen door uitademen, acht tellen lang. Mijn volle aandacht is bij dit ademen, het vult mijn hele bewustzijn. Natuurlijk duiken er gedachten op, over van alles. Ik merk dat ze er zijn maar volg ze niet, richt me integendeel weer op het ademen.
Dit doe ik tien minuten, het kan ook langer. Soms zijn de gedachten zo sterk dat ze blijven terugkomen. Dat accepteer ik. Het is geen wedstrijd, ik hoef geen eindstreep te bereiken waar de volkomen leegte als hoofdprijs ligt te wachten. Ik hoef geen superster te worden. Waar het om gaat is het praktiseren, het beoefenen. En elke keer is de eerste keer, ik ben altijd een beginneling.

Hoe dan ook, wat ik steeds weer voel gebeuren is een vertraging door heel mijn wezen, mijn lichaam en mijn geest tegelijk (als je deze nog van elkaar kan onderscheiden; in het mediteren beginnen ze te vervloeien). En ook vervaagt de grens tussen mijzelf en wat er om mij heen is. Alles wordt ijler, verliest zijn zwaarte. Ik kom in een grotere helderheid terecht.

Na afloop merk ik dat er een omkering heeft plaatsgevonden. Mijn aandacht is verschoven van mijn hoofd en mijn gedachten naar een dieperliggende energie. Ik ben lichter geworden, zorgeloosheid is in de plaats gekomen van somberheid en angst. Ik voel mij niet meer platgedrukt door wat de wereld mij wil vertellen. Ik kan mij weer op mijn eigen manier bewegen, in contact met mijn innerlijk. En ik ervaar dat dit innerlijk zijn poorten wijd open heeft staan naar iets oneindigs dat mij en alles draagt.

Scroll naar boven