Beker
Je hand grijpt al naar de knijpfles agave
om de beker koffie te zoeten
maar je houdt in
wacht
proeven het bitter
niet dempen, niet vermijden
maar laten doordringen
voelen wat het doet
de scherpte die om zich heen grijpt
vermeerderd met zoveel andere scherpte
dit zijn hier dit verminkte
tot diep van binnen
het antwoord zich roert
zachte stem
die je keel vult
je oren
je handen.
Herman Coenen
1 juli 2026
Ik leef mijn leven, volg mijn spoor zoals zich dat dag na dag ontvouwt. Mijn eigen huis, geschiedenis, familie, vrienden en kennissen, mijn eigen atmosfeer, bezigheden en gewoontes, als een grote koepel over me heen.
Een beschermende koepel.
Ja, dagelijks zijn er de krant, de nieuwsberichten, de tv-journaals en actualiteitenprogramma’s die de wereld van vandaag tot aan mijn drempel brengen. De koepel dempt het lawaai, sust het gevoel.
Maar niet helemaal. De filters die ik om me heen heb, zijn niet afdoende.
Telkens komt er wel iets binnen, raakt me. Een foto van een slapend kind met op de achtergrond door de aardbeving scheefgezakte huizen. Een kop boven een column: ‘Tranen druppen op het papier. “Ik wil geen tekening maken van mezelf. Ik haat bruin”. Een drone die in de avond zoemend boven de tuin vliegt en me herinnert aan videobeelden van bombardementen, een trein vol mensen, een appartementenflat. Een reportage over naar lucht happende vissen in een opdrogend meer.
En ik moet het toelaten. Ik kan niet anders, het is al binnen vóór ik het besef.
Ik leef in deze wereld, ben er deel van.
Hoe ga ik ermee om?
Er is het gevoel van opstand, de wil er iets tegen te ondernemen. Protest aantekenen, actie voeren, geld doneren. Maar ik weet: dit is te groot, ik kan dit niet keren. En wie zou dat wel kunnen?
Machteloosheid en depressie dringen zich op.
Ik laat ze komen. Word stil.
In deze stilte laat zich iets horen.
Zacht en toch krachtig. Niet zomaar in woorden te vangen.
Een blind vertrouwen, onberedeneerbaar, buiten alle logica en wetenschappelijk bewijs.
Overgave aan iets onbenoembaars, groter dan de mensheid en haar vermogens.
Ik heb er geen naam voor. Maar het brengt iets in beweging.
Zoals een gedicht dat zich als vanzelf begint te schrijven.
Eten koken en naar mijn dochter brengen die thuiszit met een verwonde voet.
Een gesprekje met een onbekend iemand op de markt.
En steeds weer meditatie, de onbestemde ruimte opzoeken, me ervoor openstellen, ermee laten vullen.